ECLI:NL:RVS:2019:1735
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W.D.M. van Diepenbeek
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning milieuneutrale wijziging nertsenhouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Putten verleende op 9 oktober 2017 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een nieuwe stal, het afwijken van het bestemmingsplan en het milieuneutraal wijzigen van de werking van een nertsenhouderij op een perceel in Putten. Appellant sub 1, exploitant van een naburige nertsenhouderij, stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege vermeende toename van geurhinder en fijnstofemissie.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant sub 1 hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het college stelde incidenteel hoger beroep in over de ontvankelijkheid van het beroep, omdat appellant sub 1 geen zienswijze had ingediend tegen het ontwerpbesluit. De Afdeling oordeelde dat appellant sub 1 redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, omdat het definitieve besluit gunstiger was dan het ontwerpbesluit.
Verder stelde appellant sub 1 dat het college een verklaring van geen bedenkingen van het college van gedeputeerde staten had moeten vragen, maar dit werd buiten beschouwing gelaten omdat dit betoog niet eerder was ingebracht. Ten aanzien van de milieuneutraliteit oordeelde de Afdeling dat het college terecht aannam dat de wijziging niet tot grotere milieubelasting leidt, mede omdat het emissiepunt al eerder was vergund en de vermeende toename van fijnstof niet overtuigend was aangetoond.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard en de vergunning wordt bevestigd.