ECLI:NL:RBGEL:2018:3160
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg CAO-bepaling over loonbetaling bij werkhervatting tweede spoor
De zaak betreft de uitleg van artikel 67 lid 1 sub b van Pro de CAO voor het Technisch Installatiebedrijf, met name of werkzaamheden in het kader van het tweede spoor onder 'werkhervatting' vallen. [Eiser] was sinds juni 2016 arbeidsongeschikt en verrichtte tot 1 mei 2017 re-integratiewerkzaamheden bij zijn werkgever [Gedaagde]. Na 1 mei 2017 werden er geen passende werkzaamheden meer aangeboden, waarna [Eiser] werkzaamheden bij een andere werkgever in het kader van het tweede spoor verrichtte.
De kern van het geschil was of [Gedaagde] vanaf 1 mei 2017 gehouden was het salaris van [Eiser] tot 100% door te betalen. De rechtbank overwoog dat het recht op loonbetaling voortvloeit uit de CAO die algemeen verbindend was verklaard op het moment van ziekmelding. Hoewel de CAO tussen 1 mei en 17 augustus 2017 niet algemeen verbindend was, blijft het verkregen recht bestaan.
De rechtbank stelde dat werkhervatting vereist is voor recht op 100% loon. Omdat [Eiser] tussen 1 mei en 1 juli 2017 niet werkte en er geen passende werkzaamheden bij [Gedaagde] waren, was er geen recht op 100% loon in die periode. Vanaf 1 juli 2017 verrichtte [Eiser] echter werkzaamheden bij een andere werkgever in het kader van het tweede spoor. De rechtbank oordeelde dat deze werkzaamheden als werkhervatting in de zin van de CAO moeten worden gezien, waardoor recht op 100% loon ontstaat.
De rechtbank veroordeelde [Gedaagde] tot betaling van het verschil tussen het betaalde loon en 100% salaris vanaf 1 juli 2017 tot uiterlijk 6 juni 2018, vermeerderd met wettelijke verhoging, rente en incassokosten. Tevens werd [Gedaagde] verplicht deugdelijke specificaties te verstrekken en werden de proceskosten aan haar opgelegd.
Uitkomst: Werkzaamheden in het tweede spoor gelden als werkhervatting, waardoor werkgever het salaris tot 100% moet aanvullen vanaf 1 juli 2017 tot uiterlijk 6 juni 2018.