Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Ons deskundigenoordeel?
Rechtbank Gelderland
De werknemer trad in dienst als stalhulp en raakte arbeidsongeschikt na een bedrijfsongeval. De bedrijfsarts stelde beperkte inzetbaarheid vast en adviseerde aangepast werk. De werknemer verrichtte dit werk aanvankelijk, maar stopte na een conflict tijdens een bedrijfsartsconsult waarbij zij zich niet medewerkend toonde.
De werkgever schortte daarop de loonbetaling op en hield deze definitief in. De werknemer vorderde loonbetaling over de periode van weigering passend werk, stellende dat zij door situatieve arbeidsongeschiktheid een deugdelijke grond had om het werk niet te verrichten.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer geen feiten en omstandigheden had gesteld die aantonen dat de arbeidsomstandigheden zodanig waren dat zij het werk niet kon verrichten. Het conflict met de bedrijfsarts kwalificeerde niet als situatieve arbeidsongeschiktheid in de zin van de jurisprudentie (Mak/SGBO). De vordering tot loonbetaling werd afgewezen, behalve een bedrag dat ten onrechte was ingehouden op vakantiegeld.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat weigering van passende arbeid zonder deugdelijke grond leidt tot verlies van loonbetalingsrecht tijdens ziekte.
Uitkomst: De vordering tot loondoorbetaling wordt afgewezen wegens ontbreken van een deugdelijke grond voor weigering van passende arbeid.