Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 27 juli 2018
[X] , te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
2010
.Op grond van artikel 67e van de AWR en de paragrafen 25 en 27 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (hierna: BBBB) zijn aan eiser over de jaren 2010 en 2011 vergrijpboetes opgelegd van 25%.
Beslissing
- verklaart het beroep IB/PVV 2012 en ZVW 2012 ongegrond;
- verklaart de beroepen ZVW 2010 en 2011 ongegrond;
- verklaart de beroepen met betrekking tot de navorderingsaanslagen IB/PVV 2010 en 2011 gegrond, de beschikkingen heffingsrente 2010 en 2011 en de boetebeschikkingen 2010 en 2011 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de jaren 2010 en 2011 behoudens voor zover deze zien op de ZVW 2010 en 2011;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2010 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 54.579;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.931;
- bepaalt dat de beschikkingen heffingsrente moeten worden verminderd overeenkomstig de vermindering van de belastingaanslagen;
- vermindert de boetebeschikking 2010 tot € 4.213;
- vermindert de boetebeschikking 2011 tot € 3.352;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 501;
- gelast verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 46 te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;