Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Enschede(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV), inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) en naheffingsaanslagen omzetbelasting (OB) over de jaren 2010 tot en met 2014. Na een boekenonderzoek legde de Inspecteur correcties en vergrijpboeten op wegens onder meer onvoldoende onderbouwing van zakelijke kosten en privégebruik auto.
De Rechtbank Gelderland verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond, waarbij correcties en boeten werden verminderd. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de zakelijke kosten hoger waren dan door de Inspecteur vastgesteld, en dat de naheffingsaanslag OB wegens privégebruik auto terecht was vastgesteld. Wel werd de vergrijpboete IB/PVV 2010 verminderd wegens een fiscale inschattingsfout omtrent een garantstelling.
Het Hof bevestigde de vermindering van de naheffingsaanslag OB over 2012-2014 met € 2.684 en matigde de boeten met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast veroordeelde het Hof de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd op 24 september 2019 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, naheffingsaanslagen en vergrijpboeten worden verminderd en de Inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding en griffierechtteruggave.