ECLI:NL:RBGEL:2018:4429
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van digitale en natte handtekening bij bestuursrechtelijke machtiging
Eiser diende een verzoek in op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Lochem. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een fysieke, met pen geplaatste handtekening op de machtiging.
De rechtbank overwoog dat in het digitale tijdperk een digitale handtekening niet per definitie voldoet, maar dat twijfel over de authenticiteit van een machtiging een natte handtekening kan rechtvaardigen. In deze zaak bestond twijfel vanwege inconsistenties in de dagtekening en gelijkenis van handtekeningen, waardoor verweerder terecht om een natte handtekening kon vragen.
Eiser voerde aan dat de voorzitter van de commissie Bezwaarschriften niet bevoegd was om een hersteltermijn te stellen, maar de rechtbank oordeelde dat deze bevoegdheid correct was gemandateerd aan de secretaris. Aangezien eiser niet aan het herstelverzoek voldeed, was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.