Eisers hebben verzoeken ingediend voor tegemoetkoming in planschade vanwege de waardedaling van hun percelen door het bestemmingsplan “Windturbines Netterden - Azewijn”, dat de oprichting van vier windmolens mogelijk maakt. Verweerder heeft deze verzoeken afgewezen omdat geen sprake zou zijn van planologisch nadeel.
De rechtbank heeft het onderzoek uitgebreid gevoerd, waarbij deskundigenrapporten en een advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) zijn betrokken. De rechtbank oordeelt dat het uitzicht op de windmolens vanwege de afstand en tussenliggende bebouwing zodanig gering is dat geen planologisch nadeel ontstaat. Ook is geen planologisch nadeel vastgesteld door slagschaduw of gezondheidseffecten.
Echter, de geluidbelasting neemt voor een deel van de eisers toe met meer dan 5 dB, wat volgens het advies van de StAB een drempelwaarde is voor planologisch nadeel. De rechtbank volgt dit oordeel en verklaart het beroep gegrond. De bestreden besluiten worden vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen, waarbij de planologische verslechtering door geluid in aanmerking moet worden genomen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tevens in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De rechtbank ziet geen aanleiding tot finale geschilbeslechting, omdat de vergoeding van planschade in een hernieuwde bezwaarprocedure moet worden beoordeeld.