Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beslissing
benadeelde partij niet-ontvankelijkin haar vordering.
Rechtbank Gelderland
Op 28 juli 2016 vond een vechtpartij plaats op een passagiersschip van Smyrilline tijdens de vaarroute van IJsland naar Denemarken. Verdachte werd ervan beschuldigd geweld te hebben gepleegd tegen het slachtoffer door duwen, vastpakken, trekken aan haren en slaan. De officier van justitie stelde dat wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
De verdediging voerde aan dat het vastpakken van het slachtoffer door verdachte bedoeld was om het slachtoffer af te weren en dat verdachte geen opzet had om geweld te plegen. Verschillende getuigen verklaarden over de rol van verdachte; één getuige gaf aan dat verdachte probeerde te kalmeren door de betrokkenen uit elkaar te halen en met zijn armen te scheiden, terwijl andere getuigen geen zicht hadden op het handelen van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende aanwijzingen bevatten dat verdachte opzettelijk geweld gebruikte tegen het slachtoffer, ook niet in voorwaardelijke zin. Het handelen van verdachte werd niet gezien als gericht op geweld, en de primaire en subsidiaire tenlasteleggingen werden niet bewezen geacht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet op geweld tijdens vechtpartij op passagiersschip.