Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 14 november 2018
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
SPF [G] :
- De inspecteur dient in beginsel alle stukken die hem ter raadpleging ter beschikking staan of hebben gestaan en die van belang kunnen zijn voor de beslechting van de (nog) bestaande geschilpunten aan de belanghebbende en aan de rechter te overleggen;
- Behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 van Pro de Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, dient te worden tegemoetgekomen aan een verzoek van de belanghebbende tot overlegging van een bepaald stuk indien deze voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn (geweest) voor de besluitvorming in zijn zaak;
- Een redelijke, uitleg van artikel 8:42 van Pro de Awb brengt mee dat de daarin opgenomen verplichting tot overlegging van stukken zich ook uitstrekt tot stukken die pas in de loop van het beroep ter beschikking van de inspecteur zijn gekomen;
- Tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren niet slechts de stukken die de inspecteur heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn besluit. Daartoe behoren in beginsel ook stukken als hiervoor bedoeld die de inspecteur wel ter beschikking staan of hebben gestaan maar die hij niet heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn besluit. Stukken die de inspecteur wel heeft gebruikt ter onderbouwing van zijn besluit, maar die voor de beoordeling van de zaak door de rechter niet (langer) van belang zijn, behoren niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Dit is bijvoorbeeld het geval ten aanzien van stukken die betrekking hebben op een element van de aanslag dat in beroep niet (meer) ter discussie staat;
- Als een stuk passages bevat die op de zaak betrekking hebben, is dit stuk als geheel een op de zaak betrekking hebbend stuk. De verplichting om dit stuk over te leggen, ziet daardoor niet slechts op de voor de beoordeling van de zaak relevante passages.
Beslissing
- bepaalt dat de onder 22. van deze beslissing genoemde stukken op de zaken betrekking hebbende stukken zijn in de zin van artikel 8:42 Awb Pro;
- gelast verweerder deze stukken binnen vier weken na dagtekening van deze beslissing aan de rechtbank te overleggen.