ECLI:NL:RBGEL:2018:5529
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling machtiging voortgezet verblijf bij schizofrenie en middelenmisbruik
De zaak betreft een terugverwijzing door de Hoge Raad naar de Rechtbank Gelderland om de motivering van de diagnose schizofrenie en het gevaar door betrokkene nader te beoordelen. Eerder verleende machtigingen tot opname en voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis waren onderwerp van cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de eerdere motivering onvoldoende was, met name omdat de diagnose schizofrenie niet door een psychiater was vastgesteld en het gevaar onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank hield een zitting waarbij betrokkene, zijn advocaat en medisch specialisten werden gehoord.
De psychiater lichtte toe dat de schizofrenie wel degelijk aanwezig was, ondanks het gebruik van het woord "mogelijk" in eerdere verklaringen, en dat het middelengebruik het beeld vertroebelde. Het gevaar voor betrokkene en de samenleving werd als gelaagd en significant beoordeeld.
De rechtbank verwierp bezwaren van betrokkene over niet-ontvankelijkheid en ex-nunc toetsing. Gelet op de nieuwe toelichting concludeerde de rechtbank dat aan de criteria voor machtiging tot voortgezet verblijf was voldaan en verleende deze machtiging voor vier maanden, tot 12 augustus 2018.
Uitkomst: Machtiging tot voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis voor vier maanden verleend.