Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 13 maart 2019
[X] , te [Z] , eiser
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eiser van een bedrag van € 1.000 aan vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan eiser van een bedrag van € 1.000 aan vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verweerder en de Staat in de proceskosten van eiser, elk tot een bedrag van € 149,34;
- bepaalt dat verweerder en de Staat elk de helft van het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser dienen te vergoeden.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;