Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van een pand vastgesteld door de gemeente Elburg voor het jaar 2018. Na ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank. Voor het beroep is griffierecht verschuldigd, dat binnen vier weken na mededeling moet worden voldaan.
De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de termijn voor betaling. Uit de administratie blijkt dat het griffierecht niet is betaald. De nota en herinnering waren gesteld op naam van de gemachtigde van eiseres, omdat de gemachtigde het beroepschrift had ingediend.
De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om te concluderen dat eiseres niet in verzuim was. De correspondentie via de gemachtigde brengt mee dat ook de nota op diens naam wordt gesteld. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.