Eiser, ondernemer voor de omzetbelasting, liet een woning bouwen en plaatste daarop niet-geïntegreerde zonnepanelen. De omzetbelasting op de aanschaf en installatie van de zonnepanelen werd in aftrek toegelaten, maar de aftrek op de bouwkosten van de woning zelf werd door verweerder geweigerd.
De rechtbank stelde vast dat de zonnepanelen als roerende zaken moeten worden aangemerkt omdat zij niet geïntegreerd zijn en eenvoudig te demonteren zijn. Hierdoor zijn zij geen bestanddelen van de woning. Het beroep van eiser op het Besluit van 8 december 2016 werd verworpen omdat dit alleen betrekking heeft op investeringsaftrek.
De rechtbank volgde de methode van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor het bepalen van het zakelijk gebruik van de woning, waarbij het deel van het dak met zonnepanelen als zakelijke nuttige ruimte werd meegeteld. Dit leidde tot een zakelijk gebruik van 21,5% van de woning, waardoor een deel van de omzetbelasting op de bouwkosten aftrekbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, stelde de teruggaafbeschikking vast op € 4.048 en veroordeelde verweerder in de proceskosten van € 1.024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.