Belanghebbende liet een woning met kantoorruimte bouwen en rekende deze tot zijn ondernemingsvermogen. Over de periode 2010-2013 bracht hij de betaalde omzetbelasting als voorbelasting in aftrek. Na een boekenonderzoek stelde de Inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting voor 2014 vast, mede vanwege het privégebruik van de woning.
Belanghebbende plaatste in 2014 zonnepanelen op het dak van de woning en bracht de betaalde omzetbelasting hiervan als voorbelasting in aftrek. Hij stelde dat het privégebruik van de woning hierdoor was gewijzigd en betwistte de naheffingsaanslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof oordeelde dat de woning en zonnepanelen zelfstandige goederen zijn, maar dat het gebruik van de woning door de bevestiging van zonnepanelen is gewijzigd. Een deel van het dak kreeg een extra zakelijke functie. Het Hof verwierp het primaire standpunt van belanghebbende dat het privégebruik 33,33% zou zijn, maar stelde het privégebruik vast op 74,2% op basis van een herberekening van de nuttige ruimtes inclusief het deel van het dak met zonnepanelen.
Hierdoor werd de naheffingsaanslag verminderd tot € 3.253. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en tot vergoeding van het griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.