Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 januari 2019
[X] , te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
De stamrechtvrijstelling in de loonbelasting kan worden toegepast indien voldaan is aan de volgende (cumulatieve) vereisten:
1. Er is sprake van een uitkering wegens gederfd of te derven loon, niet zijnde een uitkering uit hoofde van een onzuivere pensioenregeling of de vervreemding of uitoefening van optierechten.
2. De ontslagvergoeding wordt aangewend voor de aankoop van een recht op periodieke uitkeringen.
3. De (ex-)werkgever maakt de uitkering rechtstreeks over aan degene van wie het stamrecht wordt bedongen.
4. Degene van wie het stamrecht wordt bedongen is een aangewezen verzekeraar als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b, of d, van de Wet LB 1964 (…)
5. De periodieke uitkeringen gaan niet later in dan in het jaar waarin de werknemer 65 jaar wordt.
6. De periodieke uitkeringen komen slechts toe aan een beperkte kring begunstigden.
7. In de stamrechtovereenkomst is geen mogelijkheid tot afkoop opgenomen.
Afgaande op de door u verstrekte informatie ben ik van mening dat aan voornoemde vereisten is voldaan. De stamrechtvrijstelling is derhalve van toepassing. Dit betekent dat de ontslagvergoeding zonder inhouding van loonheffing rechtstreeks kan worden overgemaakt aan de hierboven genoemde verzekeraar.”
In geen enkele aangifte vennootschapsbelasting vanaf 2012 is melding gemaakt van een verplichting van de BV tot het doen van periodieke uitkeringen.
Uit de brief van 29 maart 2012 van Belastingdienst/kantoor Amsterdam blijkt duidelijk dat met het alleen oprichten van een BV niet aan de voorwaarden voor de stamrechtvrijstelling is voldaan.
Met andere woorden, u had kunnen en moeten weten dat deze handelwijze niet kon leiden tot toepassing van de stamrechtvrijstelling.”
Beslissing
mr. C. van Schelven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 16 januari 2019
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;