ECLI:NL:RBGEL:2019:1840
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoorplicht en BPM-heffing bij aangifte na arrest Hoge Raad
De zaak betreft een beroep tegen een beslissing van de Belastingdienst waarin het bezwaar tegen de BPM-heffing op een Alfa Romeo 156 ongegrond werd verklaard. De eiser had de BPM aangifte gedaan op basis van de koerslijst AutotelexPRO, die zowel BTW-auto’s als marge-auto’s bevat. De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden omdat de Belastingdienst voldoende pogingen heeft gedaan om de eiser te horen, maar deze geen gebruik heeft gemaakt van die mogelijkheid.
Inhoudelijk is de vraag of de BPM correct is vastgesteld. De rechtbank volgt het standpunt van de Belastingdienst dat het beleid om een correctie van 5% toe te passen alleen geldt voor aangiften vóór het arrest van de Hoge Raad van 27 januari 2017. Omdat de aangifte van eiser na dit arrest is gedaan, is dit beleid niet van toepassing. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij te veel BPM heeft betaald, onder meer omdat hij de alternatieve koerslijst X-ray marge niet heeft overgelegd.
Ook het betoog dat de auto als ex-rental auto moet worden gewaardeerd wordt verworpen, omdat de auto geen huurverleden heeft. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de BPM-heffing blijft ongewijzigd.