Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 29 april 2019
[X] , te [R] - [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 127.281. Verder heeft verweerder eiser verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:
1. Is deze bankrekening in 2012 nog steeds door u aangehouden?
2. Zo ja, wat was het saldo, inclusief de onderliggende sub- en beleggingsrekeningen op 1 januari 2012?
3. Zo nee, waar wordt het eerder op de KBL-rekening gestalde vermogen in 2012 aangehouden?
4. Wat was het saldo van die andere rekeningen op 1 januari 2012?
5. Indien niet langer vermogen in het buitenland wordt aangehouden, wanneer en op welke binnenlandse rekening is dit vermogen gestort of wanneer en waarvoor is het aangewend?
6. Ik verzoek u de bescheiden met betrekking tot de buitenlandse rekening(en) (in kopie) voor 2012 te overleggen.”.
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- stelt eiser een termijn van zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden, om alsnog de in de informatiebeschikking gestelde vragen 3 tot en met 6 te beantwoorden en de daarin verzochte informatie te verstrekken.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;