Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 30 april 2019
[X] B.V., te [Z] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
- de beschikkingen, omdat ze van rechtswege zijn verleend, op grond van artikel 4.20b van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geacht worden te zijn gegeven overeenkomstig de verzoeken van eiseres;
- aan de vrijstelling geen voorschriften als bedoeld in artikel 4:20e van de Awb zijn verbonden, zodat deze voorschriften ook geen deel kunnen uitmaken van de beschikkingen;
- de wet en aanverwante regelingen, zoals artikel 27, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit MRB, wel voorzien in de mogelijkheid om de vrijstelling met terugwerkende kracht te verlenen. Eiseres verwijst naar de uitspraken van het Gerechtshof ‘s-Gravenhage van 4 februari 2005 (ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6305) en Rechtbank ‘s-Gravenhage van 9 maart 2007 (ECLI:NL:RBSGR:2007:BH0121);
- de Belastingdienst de belangen van eiseres onevenredig schaadt, omdat vaststaat dat eiseres materieel aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet. De Belastingdienst handelt hiermee in strijd met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb.
Kamerstukken II2007/08, 31 579, nr. 3, p. 128-134).
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;