Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 22 mei 2019
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- [D] is een zogenoemd low care hospice en biedt plaats aan maximaal vier gasten;
- Een verblijf in het hospice kan worden aangevraagd bij een van de coördinatoren;
- Onder leiding van de directeur en coördinatoren staan vele vrijwilligers klaar om de gasten met respect en aandacht voor hun wensen alle zorg te bieden die nodig is voor hun welbevinden;
- De medische hulp wordt geboden door de (eigen) huisarts;
- De verpleegkundige zorg is in handen van de stichting [E] ;
- Bij opname in het hospice wordt een bijdrage van € 30 per dag gevraagd;
- Financiën mogen nooit een drempel zijn om van het hospice gebruik te kunnen maken;
- [D] is onderdeel van de Stichting [B] ;
- Vrijwilligers van deze stichting werken ook bij mensen thuis.
- Uit het concept van de jaarrekening kan niet worden afgeleid dat eiseres logies of eten en drinken heeft verstrekt. Uit de tekst noch uit de cijfers is te herleiden dat eiseres kosten van bijvoorbeeld bewassing of kosten voor het verstrekken van eten en drinken heeft gemaakt. Dit blijkt ook niet uit de overgelegde overeenkomsten en facturen, nog daargelaten dat deze voor een groot deel betrekking hebben op de periode na het vierde kwartaal 2015;
- Uit de jaarrekening volgt voorts dat eiseres slechts kan beschikken over vrijwilligers voor het technisch onderhoud en het tuinonderhoud en niet over vrijwilligers voor het verstrekken van logies, eten en drinken. Gesteld noch gebleken is dat eiseres gebruik heeft gemaakt van vrijwilligers van Stichting [B] en/of dat deze daarmee hebben ingestemd;
- Uit de presentatie naar buiten (website en folder) blijkt niet dat eiseres logies of eten en drinken heeft verstrekt. In de folder is bijvoorbeeld onder ‘kosten verblijf’ opgenomen dat [D] onderdeel is van de Stichting [B] . Vervolgens is het rekeningnummer vermeld van Stichting [C] ;
- Ook uit de statuten van eiseres en van de Stichting [B] kan worden afgeleid dat eiseres de stichting is die het vastgoed in eigendom heeft en beheert en dat door Stichting [B] de activiteiten ten behoeve van de gasten en de familie worden verricht;
- Ook de onder 12. genoemde overeenkomsten uit 2015 wijzen in die richting. Dat eiseres en de Stichting [B] de overeenkomsten achteraf onjuist en ondeugdelijk hebben verklaard, heeft geen werking jegens de gasten en hun erfgenamen en doet ook overigens niet af aan de situatie zoals die in het vierde kwartaal van 2015 bestond.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;