Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
(…)
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen een monteur en zijn werkgever over de rechtsgeldigheid van de opzegging van de arbeidsovereenkomst en de hoogte van de transitievergoeding en schadevergoedingen.
De werknemer trad in 2007 in dienst bij een garage en ging na faillissement in 2011 in dienst bij de huidige werkgever. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van het UWV wegens bedrijfseconomische redenen, maar de opzegging vond plaats zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, waardoor sprake is van een onregelmatige opzegging.
De rechtbank oordeelt dat de opzegging rechtsgeldig is omdat de ontslagvergunning aanwezig was, maar kent de werknemer een gefixeerde schadevergoeding toe voor de niet nageleefde opzegtermijn. Daarnaast wordt achterstallig loon voor meerdere perioden toegewezen, waarbij een wettelijke verhoging wordt gematigd vanwege de financiële situatie van de werkgever.
De transitievergoeding wordt berekend vanaf de datum van indiensttreding bij de huidige werkgever en toegekend. Verzoeken om loonstroken, eindafrekening en verklaring voor recht worden toegewezen, met dwangsommen bij niet-naleving. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Een betalingsregeling kan buiten de rechter om worden getroffen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd met toestemming van het UWV, maar wegens onregelmatige opzegging is de werkgever veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, achterstallig loon en transitievergoeding.