ECLI:NL:RBGEL:2019:3382
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Boete voor rijden op een weg die gesloten is verklaard zonder gegronde twijfel aan rechtmatigheid verkeersborden
Betrokkene is beboet wegens het rijden op een weg die volgens verkeersbord C6 gesloten is voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen. Hij betwistte de rechtmatigheid van de verkeersborden en de bevoegdheid van de politieagenten die de boete oplegden.
De rechtbank oordeelde dat de namen, verbalisantnummers en rangomschrijvingen van de agenten voldoende bewijs zijn van hun bevoegdheid, en dat betrokkene geen concrete feiten aanvoerde die twijfel daaraan rechtvaardigen. Ook de stelling dat het verkeersbesluit dat aan de bebording ten grondslag ligt ontbreekt, werd niet voldoende onderbouwd. De rechtbank overwoog dat tijdelijke verkeersmaatregelen onder bepaalde voorwaarden geen verkeersbesluit vereisen en dat betrokkene niet aannemelijk maakte dat het bevoegd gezag niet juist was vastgesteld.
De verklaring van de verbalisant dat de weg gesloten was en dat betrokkene deze gebruikte, werd als voldoende bewijs van de overtreding gezien. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging van de sanctie rechtvaardigden. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens rijden op een gesloten weg wordt ongegrond verklaard.