ECLI:NL:RBGEL:2019:390
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verhoging minimum arbeidsuren bij min-max contract wegens structureel meer werken
De werknemer trad op 16 juli 2016 in dienst bij de werkgever met een min-max contract van 5 tot 40 uur per week. Gedurende ongeveer 22 maanden werkte zij structureel meer dan het minimum aantal uren, gemiddeld 30,8 uur per week. De arbeidsovereenkomst eindigde op 14 juli 2018.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris over juni en juli 2018, een aanzegvergoeding wegens niet tijdige schriftelijke aanzegging van het einde van de arbeidsovereenkomst, en een transitievergoeding. De werkgever betwistte de vorderingen, onder meer de omvang van de transitievergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het minimum aantal uren op grond van goed werkgeverschap en het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW verhoogd moest worden naar 24 uur per week. De transitievergoeding werd afgewezen omdat het dienstverband niet de vereiste 24 maanden duurde. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallig salaris, de aanzegvergoeding en de proceskosten.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van verhoogd minimumloon over juni en juli 2018 en aanzegvergoeding, transitievergoeding wordt afgewezen.