Eiser deed aangifte BPM voor een gebruikte Audi A6 RS6 en baseerde de handelsinkoopwaarde op een taxatierapport met schadeaftrek. De inspecteur voerde een hertaxatie uit met een hogere koerslijstwaarde zonder schadeaftrek en legde een naheffingsaanslag op.
De kern van het geschil betrof de juiste handelsinkoopwaarde voor aftrek van schade en de vraag of de auto meer dan normale gebruiksschade had. Eiser voerde aan dat de inspecteur onzorgvuldig en vooringenomen handelde, en dat de auto na taxatie aanzienlijke schade had opgelopen die een blijvende waardevermindering veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn stellingen over de koerslijstwaarde voldoende had onderbouwd met een door XRAY opgestelde koerslijst en een ondersteunende e-mail, terwijl de inspecteur slechts algemeen betwistte. Echter, eiser slaagde er niet in een nieuwe taxatie te overleggen die de waardevermindering door schade aannemelijk maakte.
Daarom stelde de rechtbank de handelsinkoopwaarde vast op € 7.243 zonder aftrek voor schade en vermindert de naheffingsaanslag tot € 1.503. De belastingrente werd overeenkomstig verminderd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van eiser.