Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[Bedrijf B], te [plaats] , verzoekster,
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Gelderland
De burgemeester van de gemeente West Betuwe heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten een discotheek te sluiten voor de duur van één jaar vanwege de verkoop van harddrugs binnen de locatie. Tevens werd de drank- en horecavergunning ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, sub c, van de Drank- en Horecawet vanwege het gevaar voor de openbare orde.
Verzoekster, de uitbater van de discotheek, maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat zij veel had gedaan aan drugspreventie en niet op de hoogte was van de verkoop. Ook beriep zij zich op een convenant met de burgemeester waarin zij meende vertrouwen te mogen hebben dat bij onbewuste verkoop geen sluiting zou volgen.
De rechtbank oordeelt dat de bestuurlijke rapportage van de politie betrouwbaar is en dat de verkoop van harddrugs voldoende grond biedt voor sluiting en intrekking. Persoonlijke omstandigheden van verzoekster zijn niet relevant voor de bevoegdheid tot sluiting, maar wel voor de proportionaliteit. De rechtbank vindt de sluiting voor één jaar proportioneel en wijst het beroep af. Ook het beroep tegen de intrekking van de vergunning wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de sluiting van de discotheek voor één jaar en de intrekking van de drank- en horecavergunning wegens verkoop van harddrugs.