ECLI:NL:RVS:2016:313
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Drank- en Horecawetvergunning en sluiting horeca-inrichting wegens drugs- en gokactiviteiten
Bij besluit van 18 maart 2014 heeft de burgemeester een horeca-inrichting voor zes maanden gesloten en de Drank- en Horecawetvergunning en exploitatievergunning ingetrokken vanwege aantreffen van hard- en softdrugs en illegale gokactiviteiten. De burgemeester baseerde dit op een bestuurlijke rapportage van de politie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellant voerde onder meer aan dat de behandeling van het bestuursrechtelijke beroep had moeten worden aangehouden vanwege een lopende strafzaak en dat het recht op een eerlijk proces was geschonden door onvoldoende inzage in de bestuurlijke rapportage.
De Raad van State oordeelde dat persoonlijke verwijtbaarheid niet vereist is voor bestuursrechtelijke maatregelen op grond van de Opiumwet. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs en harddrugs in een horecagelegenheid rechtvaardigt sluiting en intrekking van vergunningen. Ook werd geoordeeld dat de burgemeester de besluiten voldoende heeft gemotiveerd en dat de vrijspraak in de strafzaak niet tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergunningen en sluiting van de horeca-inrichting voor zes maanden.