De rechtbank Gelderland heeft op 30 januari 2019 uitspraak gedaan in een meervoudige belastingzaak betreffende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, boetebeschikkingen en heffingsrente/belastingrente opgelegd aan eiseres en haar echtgenoot. De zaak betreft het niet aangeven van buitenlands vermogen op bankrekeningen in België over meerdere jaren.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet is ingekeerd, ondanks eerdere anonieme meldingen en een brief waarvan de verzending niet aannemelijk is gemaakt. De navorderingsaanslagen over de jaren 2004 tot en met 2010 blijven derhalve in stand, evenals de opgelegde boeten. De rechtbank verwijst voor de beoordeling van de boeten naar de zaken van de echtgenoot, waarbij de feiten identiek zijn.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn wordt de hoogte van de boeten ambtshalve verminderd met 5%. Vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen omdat de uitspraak binnen de redelijke termijn is gedaan. De beroepen worden ongegrond verklaard en de boetebeschikkingen worden verminderd tot vastgestelde bedragen per jaar.