Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
Raad voor de Kinderbescherming Arnhem,
de Raad,
[naam],
[naam],
[naam],
Jeugdbescherming Gelderland,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
De beoordeling
Hierbij heeft het Hof overwogen dat [minderjarige] ten tijde van het inleidende verzoek van de Raad op 13 juni 2019 niet haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft in de zin van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van 27 november 2003 (Brussel II-bis).
De beslissing
20 december 2019om
10.30 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Zutphen, Martinetsingel 2, om hun mening kenbaar te maken aangaande de reeds gegeven beslissing en de behandeling van het overige.
Arnhem-Leeuwarden