Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[X] , te [Q] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, behalve de beslissing over de kostenvergoeding in de uitspraak op bezwaar van 29 oktober 2018;
- vernietigt de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2010, 2012 en 2013;
- vernietigt de desbetreffende beschikkingen heffingsrente en belastingrente;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over 2011 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 35.863;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over 2014 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 48.052;
- vermindert de beschikking heffingsrente over 2011 en de beschikking belastingrente over 2014 dienovereenkomstig;
- vermindert de naheffingsaanslagen OB over de jaren 2010 tot en met 2015 tot in totaal € 5.000;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente en belastingrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- bepaalt dat deze uitspraak tot zover in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 818;
- veroordeelt de Staat tot het vergoeden van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.182;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in beroep tot een bedrag van € 1.536;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 384 aan eiser te vergoeden.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;