Uitspraak
[betrokkene](hierna te noemen: betrokkene),
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.Het onderzoek ter terechtzitting
4.De beoordeling van de vordering
5.De beslissing
niet-ontvankelijkin de vordering.
Rechtbank Gelderland
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €50.896,81 van betrokkene. Deze vordering werd aanhangig gemaakt op 6 februari 2018. Tijdens de terechtzitting op 9 december 2019 verschenen betrokkene en haar advocaat, en de officier van justitie persisteerde in haar vordering.
De rechtbank nam kennis van het vonnis van dezelfde datum waarin betrokkene werd vrijgesproken van de strafbare feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd. Op grond van artikel 511e lid 1 juncto artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering leidt het ontbreken van een veroordeling tot niet-ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering.
Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem op 23 december 2019.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van betrokkene.