In deze kort gedingprocedure vordert eiseres ontruiming van een woning die zij mede-eigenaar is en wil verkopen. De woning was onderdeel van een boedelscheiding na ontbinding van het huwelijk tussen eiseres en haar ex-partner. De ex-partner had de woning niet op zijn naam gezet en betaalde de hypotheeklasten niet meer. Gedaagde was bij de ex-partner ingetrokken en had een huurovereenkomst met hem gesloten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurovereenkomst niet kwalificeert als een geldige huurovereenkomst, mede omdat gedaagde en de ex-partner een affectieve relatie hadden en samenwoonden. De overeenkomst wordt als schijnconstructie aangemerkt, bedoeld om ontruiming te voorkomen. Gedaagde verblijft daardoor zonder recht of titel in de woning.
De rechtbank wijst de vordering tot ontruiming toe, met een termijn van 30 dagen vanwege de aanwezigheid van kinderen. De machtiging om zelf ontruiming te verrichten wordt beperkt tot het inschakelen van een deurwaarder, aangezien ontruiming door de sterke arm wettelijk aan de deurwaarder is voorbehouden. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.