Uitspraak
_________________________________________________________________ _
[woonplaats],
eiseres, hierna te noemen [Eiser],
advocaat mr. M. Zwagerman te Amsterdam,
1.de stichtingSINT MAARTENSKLINIEK,gevestigd te Ubbergen,2. de onderlinge waarborgmaatschappijCENTRAMED BA,gevestigd te Zoetermeer,3. [gedaagde sub 3],[woonplaats],verweerders, hierna samen te noemen Sint Maartenskliniek c.s. en afzonderlijk respectievelijk de stichting, Centramed en [gedaagde sub 3],advocaat mr. O.L. Nunes te Utrecht.
1.De procedure
2.De feiten
de Richtlijn wervelkolom gerelateerde pijnklachten van de lage rug uit 2011 (zie bijlage 1), opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie en de Nederlandse orthopaedische Vereniging is het advies vrij duidelijk. Zie bijlage 1.
‘Clinical decision making in spinal fusion in chronic low backpain. Results of a nationwide survey among spine surgeons uit 2011 opgesteld door Willems, de Bie, Öner, Castelein en de Kleuver (orthopaedic van Universitair Medisch Centrum Maastricht, Universitair Medisch Centrum Utrecht en de St. Maartenskliniek, (zie bijlage 2))valt op bladzijde 5 te lezen dat tweederde van de ondervraagden het onvoldoende vond dat alleen een blanke röntgenfoto en een MRI voldoende bewijs zijn om tot een operatieve behandeling te besluiten en dat dit in overeenstemming is met de literatuur die aangeeft dat een degeneratieve discus op de MRI geen sterke klinische relevantie heeft en dat er ook geen correlatie bestaat tussen de radiologische bevindingen en het klinische beeld. Met andere woorden, het is maar zeer de vraag of de afwijking die gevonden wordt bij beeldvorming ook de oorzaak van de rugklachten is.
rb) bedoelde ingreep verbonden?
rb) kan het dus heel goed zijn dat een operatieve behandeling van een degeneratieve wervelkolom totaal geen verlichting van de klachten geeft en zelfs de klachten kan doen verergeren. Het kan heel goed zijn dat bij betrokkene de degeneratieve afwijkingen op niveau Tl2-Ll-L2 danwel L5-S1 minstens zoveel klachten veroorzaken als de discopathie op niveau L2-L3. Het risico is dus vrij groot dat een operatieve behandeling in vorm van een fusie van L2-L3 geen vermindering van de klacht geeft.
3.Het geschil
4.De beoordeling
rb) als op niveau L5-S1 (gelegen onder niveau L2-3,
rb) te zien zijn. Sint Maartenskliniek c.s. heeft zich over deze tegenwerping niet meer uitgelaten. Aldus heeft Sint Maartenskliniek c.s. niet aannemelijk gemaakt dat Van Biezen de richtlijn ten onrechte toepasselijk heeft geacht. Hier komt bij dat Van Royen bij patiënten in de door hem geschetste subgroep slechts in “een enkel geval” en “soms” een operatie indicatie aanwezig acht. Waarom juist [Eiser] een van die patiënten kon zijn licht Van Royen niet concreet toe.
lege artisis uitgevoerd en wat de partiële dwarslaesie exact heeft veroorzaakt, staat wel vast dat dit letsel tijdens de operatie is ontstaan en zonder operatie zou zijn uitgebleven. [gedaagde sub 3] en de stichting zijn dan - op de voet van art. 6:74 j° 7:453 BW, respectievelijk art. 7:462 BW Pro, zoals [Eiser] klaarblijkelijk stelt - aansprakelijk voor de schadelijke gevolgen van deze operatie voor [Eiser], zoals de stichting en [gedaagde sub 3] op zichzelf niet hebben betwist. De hiertoe strekkende verklaring voor recht is toewijsbaar. [gedaagde sub 3] en de stichting zijn bovendien tot schadevergoeding gehouden en zullen daartoe worden veroordeeld, tezamen met Centramed, die op grond van art. 7:954 e.v. BW tot betaling van schadevergoeding aan [Eiser] verplicht is. Nu de mogelijkheid van schade zonder meer aannemelijk is kan verwijzing naar de schadestaat volgen, zoals [Eiser] heeft gevorderd. Anders dan Sint Maartenskliniek c.s. wenst zal de rechtbank daartoe ook overgaan. Voor vaststelling van de schade in rechte zijn tijdrovende nadere proceshandelingen en mogelijk ook nadere deskundigenberichten noodzakelijk. Daarom kan niet worden aangenomen dat vaststelling van de schade in deze procedure doorslaggevende proceseconomische voordelen heeft. Over de verschuldigdheid van rente over de nog bij staat op te maken schade kan de rechtbank nu, bij gebrek aan inzicht in die schade, geen oordeel gegeven. Over de rente zal zo nodig in de schadestaatprocedure worden beslist.
4.296,00(4,0 punten × tarief € 1.074,00)