ECLI:NL:RBGEL:2020:1569
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verkeersboete en de rol van gemachtigden in bestuursrechtelijke procedures
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland op 20 februari 2020 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete, opgelegd aan de betrokkene voor het overschrijden van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom. De betrokkene, vertegenwoordigd door mr. N.G.A. Voorbach, had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie. De kantonrechter constateerde dat er twee gemachtigden waren, Voorbach en mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, die beiden administratief beroep hadden ingesteld. De officier van justitie had echter aan Meerts laten weten dat hij geen partij was, omdat de betrokkene ervoor had gekozen om zich door Voorbach te laten vertegenwoordigen. De kantonrechter oordeelde dat het beroep van Meerts niet-ontvankelijk was, omdat de betrokkene expliciet had aangegeven dat alleen Voorbach zijn gemachtigde was.
De kantonrechter ging verder in op de vraag of de gedraging, het overschrijden van de snelheid, had plaatsgevonden. De ambtsedige verklaring van de verbalisant werd als voldoende bewijs beschouwd, ondanks de twijfels die door de verdediging werden geuit over de bevoegdheid van de verbalisant en de procedurele aspecten van de zaak. De kantonrechter oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de bevindingen van de verbalisant en dat de opgelegde sanctie terecht was. Het beroep van Voorbach werd ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Ook het verzoek om een dwangsom werd afgewezen, omdat de ingebrekestelling prematuur was. De uitspraak benadrukt de rol van gemachtigden in bestuursrechtelijke procedures en de noodzaak van duidelijke volmachten.