ECLI:NL:RBGEL:2020:1569
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en ongegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 22 km/h binnen de bebouwde kom te Arnhem op 5 februari 2019. Tegen deze beschikking werd door twee gemachtigden afzonderlijk beroep ingesteld, wat leidde tot discussie over de ontvankelijkheid van het beroep van één gemachtigde.
De kantonrechter oordeelt dat slechts degene tot wie de beschikking is gericht, betrokkene, gerechtigd is tot het instellen van beroep. De gemachtigde Meerts wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat betrokkene expliciet verklaarde Voorbach als enige gemachtigde te kiezen. Het beroep van Voorbach wordt inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard. De ambtsedige verklaring van de verbalisant en het CJIB-zaakoverzicht vormen voldoende bewijs voor de snelheidsovertreding.
De kantonrechter wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af en ook het verzoek om toekenning van een dwangsom wordt afgewezen omdat de ingebrekestelling prematuur was. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2020 te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van Meerts wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van Voorbach ongegrond; verzoeken tot proceskosten en dwangsom worden afgewezen.