Op 20 januari 2020 was reeds een zorgmachtiging afgegeven aan betrokkene. De officier van justitie verzocht op 4 februari 2020 om wijziging van deze machtiging vanwege het niet langer volstaan van de bestaande verplichte zorg. Tijdens de mondelinge behandeling op 7 februari 2020 werden betrokkene, zijn advocaat, de officier van justitie, een psychiater en een persoonlijk begeleidster gehoord.
De aanleiding voor het verzoek was een incident waarbij betrokkene agressief reageerde op het bezoek van zijn vader, die een koffer met spullen meebracht die later cannabis bleek te bevatten. Betrokkene vertoonde agitatie en dreigde met geweld, waarna hij werd gesepareerd en onder cameratoezicht geplaatst. De behandelaar lichtte toe dat betrokkene gedragsproblemen vertoont, mogelijk een zwakbegaafde man is met een psychotische ontregeling, en dat verdere diagnostiek noodzakelijk is.
De officier van justitie verzocht om uitbreiding van de verplichte zorg met onder meer beperkingen in communicatiemiddelen, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding en woonruimte, en beperking van bezoek. Betrokkene verzette zich tegen deze maatregelen, onder meer vanwege formele bezwaren en de stelling dat minder ingrijpende maatregelen via huisregels mogelijk zijn.
De rechtbank oordeelde dat er geen vormverzuim was dat tot niet-ontvankelijkheid leidde en dat de aanvullende maatregelen noodzakelijk, evenredig en effectief zijn om de dreigende noodsituatie te beheersen. De machtiging werd gewijzigd en uitgebreid met de gevraagde maatregelen, geldig tot uiterlijk 9 juli 2020.