Uitspraak
Stichting BPL Pensioen
Rechtbank Gelderland
Stichting BPL Pensioen verhuurt een woning aan de gedaagde tegen een maandelijkse huurprijs van €1.087,00. De gedaagde heeft een huurachterstand opgebouwd van €3.873,20 tot en met januari 2020. Ondanks betaling van €3.873,00 op 28 januari 2020, vordert BPL ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van resterende huur, rente en buitengerechtelijke kosten, en ontruiming van het gehuurde.
De gedaagde erkent de huurachterstand, maar stelt dat deze het gevolg was van een tijdelijke persoonlijke situatie die inmiddels is opgelost. Hij verzoekt afwijzing van de ontbinding en vraagt om een tweede kans. Tevens heeft hij de huurovereenkomst opgezegd per brief van 25 februari 2020.
De kantonrechter constateert dat BPL zich niet heeft uitgelaten over de betekenis van de betaling voor de ontbinding en ontruiming. Daarom wordt BPL in de gelegenheid gesteld een repliek in te dienen, waarna de gedaagde kan reageren met een dupliek. Vervolgens zal vonnis worden gewezen, tenzij een mondelinge behandeling alsnog wenselijk is.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 5 juni 2020 voor verdere behandeling. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere schriftelijke behandeling en vonnis volgt na repliek en dupliek.