ECLI:NL:RBGEL:2020:2923
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huurovereenkomst en huurbescherming bij tijdelijk gebruik woning
In deze zaak staat centraal of sprake is van een huurovereenkomst en of deze overeenkomst naar zijn aard van korte duur is, zodat huurbescherming al dan niet van toepassing is. Eisers stelling is dat de woning slechts tijdelijk werd verhuurd in afwachting van een koop, terwijl gedaagden betwist dat er sprake is van een koopovereenkomst en stelt dat het om een reguliere huurovereenkomst gaat.
De kantonrechter oordeelt dat de maandelijkse betaling van € 875,00 voldoet aan de definitie van huur in artikel 7:201 BW Pro en dat er dus een huurovereenkomst is. Gelet op de tegenstrijdige verklaringen en het feit dat gedaagden al meer dan een jaar in de woning woont, is niet aannemelijk dat het gebruik slechts van korte duur is zoals bedoeld in artikel 7:232 lid 2 BW Pro. Daarom is huurbescherming van toepassing en wordt de vordering tot ontruiming afgewezen.
Ten aanzien van de achterstallige huur wordt de vordering voor januari 2020 afgewezen wegens onvoldoende bewijs van niet-betaling, maar de vordering voor februari 2020 wordt toegewezen omdat gedaagden deze betaling erkent. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van werkzaamheden. De proceskosten worden gecompenseerd zodat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Vordering tot ontruiming afgewezen, betaling achterstallige huur februari 2020 toegewezen.