Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
3.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde.
Rechtbank Gelderland
Op 22 maart 2018 vond tijdens een schietoefening in Duitsland een incident plaats waarbij een officier van de Koninklijke Landmacht werd verdacht van het niet opvolgen van een dienstbevel. Het bevel zou betrekking hebben op het plaatsen van een afscheidsschot met een CV90 vanaf spoor 3, waarbij levensgevaar voor meerdere militairen werd geducht.
De officier werd ervan beschuldigd het bevel van de hoofd schietinstructeur niet te hebben opgevolgd, ondanks het feit dat hij wist dat zijn peloton nog niet compleet was en dat genisten zich in het voorterrein van de schietbaan bevonden. De officier werd vervolgd wegens ernstige nalatigheid.
Tijdens de zitting stelde de officier dat er geen sprake was van een dienstbevel dat hem daadwerkelijk had bereikt, mede vanwege slechte radiocommunicatie. Dit werd bevestigd door een getuige. De militaire kamer oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat het bevel de officier daadwerkelijk had bereikt.
Daarom werd de officier vrijgesproken van het tenlastegelegde. De kamer benadrukte dat voor het bestaan van een dienstbevel vereist is dat het bevel duidelijk is en de mindere het ook daadwerkelijk heeft ontvangen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het dienstbevel hem daadwerkelijk heeft bereikt.