Uitspraak
VDU Detachering B.V.
Rechtbank Gelderland
Eiser trad op 21 november 2018 in dienst bij VDU Detachering B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, verlengd tot 31 maart 2020. Eiser stelt de arbeidsovereenkomst te hebben opgezegd per 30 september 2019 en dat zij vanaf 16 augustus 2019 tot die datum was vrijgesteld van werk met behoud van salaris. VDU betwist dit en stelt dat eiser per 9 augustus 2019 met onmiddellijke ingang heeft opgezegd en dat het salaris tot die datum is betaald.
Eiser vordert betaling van € 4.104,00 bruto aan achterstallig salaris en vakantiegeld, € 2.300,50 netto aan ten onrechte ingehouden bedragen, wettelijke verhoging en rente. VDU betwist de opzegdatum, de vrijstelling van werkzaamheden en de inhoudingen, en voert aan dat een vordering van een derde op eiser losstaat van de arbeidsovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat eiser haar stellingen omtrent de opzegdatum, vrijstelling van werk en inhoudingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat nadere bewijslevering noodzakelijk is. Eiser wordt in de gelegenheid gesteld een conclusie van repliek in te dienen met een goed leesbare salarisspecificatie, waarna VDU een conclusie van dupliek kan nemen. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere onderbouwing en bewijslevering door partijen.