ECLI:NL:RBGEL:2020:3842
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst en loonvordering na beëindiging van rechtswege zonder opzegging
Op 13 september 2019 sloten partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een nul-urenregeling, die van rechtswege eindigde op 31 maart 2020 zonder dat opzegging of ontslag op staande voet is komen vast te staan.
De kantonrechter oordeelt dat ondanks de stelling van verweerder dat sprake was van een samenwerking, de feitelijke uitvoering en loonafspraken duiden op een arbeidsovereenkomst. Het ontslag op staande voet of opzegging door verweerder is onvoldoende onderbouwd en wordt verworpen.
Verzoeker heeft recht op betaling van achterstallig loon over de periode van 13 september 2019 tot en met 31 maart 2020, inclusief vakantietoeslag en wettelijke rente. De transitievergoeding wordt toegewezen, maar een billijke vergoeding wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd.
De wederverzoeken van verweerder worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en transitievergoeding, verzoeken tot billijke vergoeding en wedertewerkstelling worden afgewezen.