Uitspraak
[gedaagde]
Rechtbank Gelderland
Eiser was van december 2014 tot september 2018 werkzaam bij gedaagde, eerst op uitzendbasis, daarna via arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en vervolgens onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst zijn bepalingen opgenomen over nevenfuncties, relatiebeding en een studiekostenbeding. Na beëindiging van het dienstverband stelde gedaagde een eindafrekening op en eiste terugbetaling van studiekosten.
Eiser vordert betaling van een restant netto loon van €1.888,59 vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging, omdat gedaagde slechts een deel betaalde. Gedaagde stelt dat zij dit bedrag mag verrekenen met de studiekosten en een boete wegens overtreding van het nevenfunctiebeding.
De kantonrechter constateert dat partijen van mening verschillen over de rechtsgeldigheid en uitleg van het studiekostenbeding, de verrekening van opleidingskosten, en de boete wegens nevenactiviteiten. Ook is onduidelijkheid over de verrekening van een subsidie op de opleidingskosten. De rechter wijst partijen aan om nadere schriftelijke toelichting te geven voordat een einduitspraak volgt.
Uitkomst: De kantonrechter houdt de beslissing aan en wijst partijen aan nadere conclusies in te dienen.