Uitspraak
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
Stand van zaken
Kamerstukken II 2013/14, 33818, 4. p. 61). In onderhavige zaak is, daargelaten of het woordje ‘kan’ in artikel 7:681 lid 1 BW Pro zo begrepen moet worden dat - als alternatief voor vernietiging van de opzegging - van enige billijke vergoeding kan worden afgezien, daar geen reden voor. Vion heeft [werknemer] ten onrechte op staande voet ontslagen na een, zo heeft de zaak zich gepresenteerd, onvoldoende zorgvuldig onderzoek.