Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
[derde-partij], te [woonplaats].
Rechtbank Gelderland
Bij besluit van 25 april 2019 verleende het college van burgemeester en wethouders van een gemeente een omgevingsvergunning aan een derde-partij voor de bouw van een uitvaartcentrum en crematorium. Eiseres, exploitant van een crematorium op circa 33 kilometer afstand en met plannen voor een crematorium op 16 kilometer afstand, stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat eiseres wel belanghebbende is omdat de verzorgingsgebieden van de crematoria elkaar deels overlappen. Vervolgens onderzocht de rechtbank de verschillende beroepsgronden die eiseres aanvoerde, waaronder de vormvrije mer-beoordeling, stikstofdepositie op het natuurgebied Rijntakken, economische uitvoerbaarheid, geluid, vooroverleg, het ontbreken van een verklaring van geen bedenkingen en de Ladder voor duurzame verstedelijking.
De rechtbank concludeerde dat geen van deze gronden strekt tot bescherming van de belangen van eiseres, mede vanwege het relativiteitsvereiste uit artikel 8:69a Awb. De economische belangen van een concurrent worden niet beschermd door de genoemde normen. Ook het betoog over legeskosten faalde omdat geen wettelijk voorschrift bestaat dat legeskosten in de vergunning moeten worden opgenomen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het crematorium wordt ongegrond verklaard vanwege het relativiteitsvereiste.