ECLI:NL:RBGEL:2020:4942
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Betaling huur via bankrekening vereist voor tijdige voldoening huurverplichtingen
Eisers verhuurden een woning aan gedaagde van juni 2016 tot januari 2019 tegen een maandelijkse huur van €706,75. Eisers vorderden betaling van huurachterstanden tot mei 2019, inclusief incassokosten en wettelijke rente. Gedaagde stelde de huur te hebben opgezegd per 1 januari 2019 en betwistte de huurachterstand over de maanden september 2017 tot en met december 2018, stellende dat hij deze huur had betaald.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand vanaf januari 2019 niet toewijsbaar was vanwege de huuropzegging. Voor de periode september 2017 tot en met december 2018 rustte op gedaagde de bewijslast dat hij de huur had betaald. Hoewel gedaagde bankafschriften overlegde, toonde het proces-verbaal van constatering aan dat de bedragen niet op de rekening van eisers waren bijgeschreven, zodat betaling niet was bewezen.
De kantonrechter wees de vordering tot betaling van €11.308,00 toe, veroordeelde gedaagde tot betaling van wettelijke rente en kosten van het proces-verbaal van constatering. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van ontvangst van de kosteloze aanmaning. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, die forfaitair werden vastgesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand tot december 2018, wettelijke rente en kosten proces-verbaal, terwijl huur na huuropzegging per 1 januari 2019 niet verschuldigd is.