Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verzoeker] , hierna: ‘verzoeker’,
De procedure
Het verzoek
- € 363,00 ter zake kosten rechtsbijstand;
- PM de forfaitaire vergoeding voor het indienen/behandelen van het
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand na beëindiging van een strafzaak met een sepot op 27 mei 2020. Het Openbaar Ministerie stelde zich op het standpunt dat het verzoek moest worden afgewezen omdat verzoeker het strafrechtelijk onderzoek over zichzelf had afgeroepen en het dossier voldoende belastend was.
Verzoeker en zijn advocaat voerden aan dat slechts een geringe gebruikershoeveelheid MDMA was aangetroffen en dat het strafdossier onvoldoende onderbouwd was om te concluderen dat verzoeker het strafrechtelijk onderzoek aan zichzelf te wijten had. De officier van justitie hield vast aan zijn standpunt.
De raadkamer oordeelde dat het niet noodzakelijk was vast te stellen of een veroordeling onmiskenbaar zou volgen, maar dat het voldoende was om te beoordelen of verzoeker het strafrechtelijk onderzoek aan zichzelf te wijten had. Gezien de aangevoerde omstandigheden en het ontbreken van voldoende bewijs dat verzoeker het onderzoek aan zichzelf te wijten had, werd de schadevergoeding van € 913,00 toegekend.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van € 913,00 toegekend na sepot van de strafzaak.