Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4
- de producties 1 tot en met 33 van de zijde van ING Bank
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van ING Bank.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Gelderland
Eiser sloot in 2010 een kredietfaciliteit af bij ING Bank die later wegens betalingsachterstanden werd geregistreerd bij het BKR met code A2. Na diverse betalingsregelingen en een periode van niet-nakoming werd de schuld in 2020 volledig voldaan door de huidige echtgenote van eiser. Eiser verzocht ING Bank de BKR-registratie voortijdig te verwijderen om een hypotheek te kunnen verkrijgen en zijn ex-echtgenote uit hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan.
De rechtbank oordeelt dat eiser weliswaar een spoedeisend belang heeft bij verwijdering vanwege de uitvoering van het echtscheidingsconvenant, maar dat de registratie rechtmatig is en dient ter bescherming tegen overkreditering. De financiële situatie van eiser, met nog bestaande schulden en een recente aflossing via een lening van zijn werkgever, rechtvaardigt het voortbestaan van de registratie.
Het persoonlijke belang van eiser weegt niet zwaarder dan het maatschappelijk belang van handhaving van de registratie. Ook het feit dat eiser door de registratie problemen ondervindt bij het verkrijgen van een hypotheek en telefoonabonnement weegt onvoldoende mee. De vordering tot verwijdering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de BKR-registratie wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.