Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 februari 2020, waarna de daarin geplande mondelinge behandeling vanwege de coronamaatregelen is uitgesteld
- de van de zijde van [eiser] op 4 augustus 2020 ingediende productie 26
- de van de zijde van VGZ op 6 augustus 2020 ingediende productie 5
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 19 augustus 2020.
2.De feiten
- de zogenoemde standaardindicaties (intra-oculaire tumoren, chordomen/chondrosarcomen en pediatrische tumoren)
- de zogenoemde model-based indicaties (hoofd-halstumor, mammacarcinoom, longcarcinoom en prostaatcarcinoom).
- Alle verzekerden met een zogenoemde standaardindicatie komen in principe in aanmerking voor (vergoeding van) protonentherapie ten laste van de basisverzekering.
- Alleen een verzekerde met een hoofd-hals indicatie voor radiotherapie, komt in aanmerking voor (vergoeding van) protonentherapie ten laste van de basisverzekering, indien een behandelaar-radiotherapeut met toepassing van het Landelijk indicatie protocol protonentherapie hoofd-halstumoren heeft geconcludeerd dat voor de betreffende patiënt een klinisch relevant voordeel is te verwachten van protonentherapie in vergelijking met state-of-the-art fotonentherapie.
3.Het geschil
4.De beoordeling
‘een behoefte om opnieuw samen te vatten wanneer een verzekerde wel/niet protonentherapie vergoed krijgt ten laste van de basisverzekering. Deze brief dient daartoe en geeft de actuele situatie weer’duidt op een onderling verband. De verduidelijking bestaat onder meer uit het opnemen van de concrete voorwaarde dat een planningsvergelijking alleen kan worden opgemaakt als er voor het desbetreffende indicatiegebied eerst een door de beroepsgroep landelijk opgesteld indicatieprotocol beschikbaar is. In 2011 schrijft het CVZ:
1.390,00(2,0 punt × tarief € 695,00)