Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[X] B.V., te [Q] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, verweerder.
de Staat.
Procesverloop
Overwegingen
€ 247.719
€ 247.719
€ 136.152
€ 219.203
Beslissing
- verklaart de beroepen inzake de aanslagen Vpb 2009 en 2011 ongegrond;
- verklaart de beroepen inzake navorderingsaanslagen Vpb 2007 en 2008 en tegen de aanslag Vpb 2010 en de bijbehorende beschikkingen heffingsrente gegrond;
- verklaart de beroepen inzake de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de navorderingsaanslagen Vpb 2007 en 2008 en de aanslag Vpb 2010;
- vernietigt de navorderingsaanslagen Vpb 2007 en 2008;
- vermindert de aanslag Vpb 2010 tot naar een belastbare winst van € 2.954;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente 2007, 2008 en 2010 dienovereenkomstig;
- stelt de verliesvaststellingsbeschikking Vpb 2007 vast op € 97.057;
- stelt de verliesvaststellingsbeschikking Vpb 2008 vast op € 62.366;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op boetebeschikkingen;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 1.500;
- veroordeelt de Staat (het ministerie van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 2.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 783;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 333 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;