Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Bevoegdheid van de rechtbank
De Wilde, Ooms en Versyp/België), herhaald in EHRM 5 oktober 2004, 45508/99
,EHRC 2004/100 (
HL/Verenigd Koninkrijk); vgl. ook rechtbank Gelderland 21 januari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:287 inzake klinische opname in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling). Het begrip “vrijheidsbeneming” in het Wetboek van Strafvordering moet mede aan de hand van deze Europese rechtspraak worden ingevuld.
vordertvan een jaar (of minder) is de enkelvoudige kamer niet bevoegd daarvan kennis te nemen. Dat betekent dat de bevoegdheid van de enkelvoudige kamer ook niet kan worden ‘gered’ door oplegging van klinische opname te beperken tot een periode van (net iets) minder dan een jaar.
4.De beslissing
verklaart zich onbevoegdvan de vordering kennis te nemen;