Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Locatie Arnhem
naam: [veroordeelde], verder: veroordeelde
De vordering
De behandeling ter terechtzitting
- als deskundige mw. [deskundige], reclasseringswerker,
- de officier van justitie mr. S.Z. Wiarda.
De feiten
De standpunten
De beoordeling
Dat u gedurende de proeftijd uw behandeling bij [kliniek], althans een soortgelijke intramurale instelling (zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ en de reclassering), zult voortzetten, waarbij u zich dient houden aan de aanwijzingen die u in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven.
“1. Everyone has the right to liberty and security of person. No one shall be deprived of his liberty save in the following cases and in accordance with a procedure prescribed by law:
rechterde bevoegdheid wordt gegeven een als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke vrijheidsstraf klinische opname te gelasten, de bevoegdheid voor het opleggen van een dergelijke voorwaarde bij de voorwaardelijke invrijheidstelling aan het
openbaar ministeriewordt toegekend (terwijl enkele jaren eerder, als vermeld, de minister opmerkte dat de - door het openbaar ministerie te stellen - voorwaarden niet zulke ingrijpende beperkingen mogen bevatten dat van invrijheidstelling nauwelijks meer sprake is). Daarmee krijgt het openbaar ministerie de wettelijke bevoegdheid om te bepalen dat de veroordeelde, wil hij aanspraak maken op ‘voorwaardelijke invrijheidstelling’, zich moet laten opnemen in een kliniek, welke opname op zichzelf ook een “deprivation of liberty” met zich brengt.
“Nor shall a heavier penalty be imposed than the one that was applicable at the time the criminal offence was committed”.
“Although this may give rise to the result that his imprisonment is effectively harsher than if he had been eligible for release on parole at an earlier stage, such matters relate to the execution of the sentence as opposed to the "penalty" which remains that of life imprisonment. Accordingly, it cannot be said that the "penalty" imposed is a heavier one than that imposed by the trial judge.”
“that this matter relates to the execution of the sentence as opposed to the “penalty” imposed on him, which remains that of life imprisonment. Although the changes in the prison legislation and in the conditions of release may have rendered the applicant’s imprisonment effectively harsher, these changes cannot be construed as imposing a heavier “penalty” than that imposed by the trial court. … In this connection, the Court would reiterate that issues relating to release policies, the manner of their implementation and the reasoning behind them fall within the power of the member States in determining their own criminal policy.”Er was naar het oordeel van het EHRM geen sprake van oplegging van een straf met terugwerkende kracht in strijd met artikel 7 EVRM Pro.
tenuitvoerlegging van een door de rechter opgelegde strafin beginsel niet als “penalty” in de zin van die bepaling kunnen worden aangemerkt. Daaraan heeft het hof de gevolgtrekking verbonden dat de wijziging van artikel 15 lid 3 Sr Pro het rechterlijk oordeel betreffende de strafoplegging onaangetast laat. Dat oordeel gaf volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
“Sicherungsverwahrung”omdat hij in verband met zijn psychiatrische problematiek werd beschouwd als een ernstig gevaar voor de samenleving. Ten tijde van zijn veroordeling was deze maatregel gebonden aan een maximum duur van 10 jaar, maar gedurende de tenuitvoerlegging van deze maatregel werd in 1998 de maximumduur afgeschaft en vervangen door een periodieke rechterlijke controle op de noodzaak tot voortzetting ervan. Het EHRM oordeelde dat als gevolg van deze tussentijdse wetswijziging niet langer een voldoende (causaal) verband bestond tussen de oorspronkelijke strafrechtelijke veroordeling annex strafoplegging en de voortgezette detentie. Deze voortgezette detentie ging immers uit boven de duur van de in het strafvonnis vermelde maatregel zoals deze gold ten tijde van de uitspraak. Schending van artikel 5 lid 1 EVRM Pro werd aangenomen. Ook in deze uitspraak wordt benadrukt dat:
“Both the Commission and the Court in their case-law have drawn a distinction between a measure that constitutes in substance a “penalty” and a measure that concerns the “execution” or “enforcement” of the “penalty”. In consequence, where the nature and purpose of a measure relates to the remission of a sentence or a change in a regime for early release, this does not form part of the “penalty” within the meaning of Article 7.”
effectively harsher”wordt), vergeleken met de verwachting die hieromtrent bestond ten tijde van de strafoplegging, zolang deze verlenging maar blijft binnen de marges van de oorspronkelijke strafoplegging. Dit kan ook worden bepaald door een bestuurlijke instantie die niet geldt als een “competent court” als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub a EVRM Pro, met dien verstande dat de oorspronkelijk opgelegde straf nimmer zodanig kan worden verlengd dat deze uitgaat boven de oorspronkelijke strafrechtelijk veroordeling.
invrijheidstelling.
Overtreding van de voorwaarden