Eiser, gediagnosticeerd met alexithymie en langdurige depressie, was van 2012 tot en met 2017 niet in staat zijn administratieve verplichtingen te overzien of hulp te vragen. Hierdoor werd het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2013 te laat ingediend, buiten de wettelijke termijn van vijf jaar.
De inspecteur had het verzoek aanvankelijk afgewezen wegens termijnoverschrijding, maar de rechtbank oordeelde dat eiser niet in verzuim was, gelet op zijn medische situatie en het feit dat de aanslag niet zichtbaar was in de digitale omgeving. De rechtbank achtte het verzoek daarom verschoonbaar.
De rechtbank stelde vast dat de aanslag door de inspecteur te hoog was vastgesteld en besloot de aanslag te verminderen naar het daadwerkelijk bekende inkomen van € 4.230. Het beroep werd gegrond verklaard en de beschikking tot afwijzing vernietigd. De opgelegde verzuimboete bleef buiten beschouwing.
De rechtbank droeg tevens op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.