Uitspraak
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verwerende partij 1] .
[verwerende partij 2] .
[verwerende partij 3]
[verwerende partij 4]
[verwerende partij 3] en [verwerende partij 4] genoemd.
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
[verwerende partijen] heeft deze arbeidsovereenkomst op 27 november 2020 beëindigd in strijd met artikel 7:671 BW Pro. [verzoekende partij] maakt daarom aanspraak op een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en loon over de opzegtermijn, afgifte van loonstroken, de wettelijke rente en vergoeding van haar juridische kosten.
4.De beoordeling
1 december 2020 door haar gemachtigde aan de gemachtigde van [verwerende partijen] is geretourneerd. Daarmee staat vast dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen.
31 oktober 2020 opgezegd. Zij heeft de winkel toen eerder verlaten, haar sleutels achtergelaten en is ook de dagen daarna niet meer komen werken, aldus [verwerende partij 2] .
27 november 2020 (zie r.o. 2.4) heeft opgezegd. [verzoekende partij] erkent dat de arbeidsovereenkomst op 27 november 2020 door [verwerende partij 2] is opgezegd, zodat daarmee vast staat dat de arbeidsovereenkomst op deze datum door Interobang [plaats 2] is opgezegd. De daartoe strekkende verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen.
CAO Retail non-Food (hierna: de cao) opgenomen proeftijdbepaling. Nu deze cao algemeen verbindend is verklaard, is het daarin opgenomen proeftijdbeding op de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst van toepassing, aldus [verwerende partij 2] .
27 november 2020 tijdens de proeftijd ontslagen. Het gevorderde salaris wordt daarom toegewezen tot en met 27 november 2020, zijnde de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Nu dit salaris niet tijdig is voldaan worden de verzochte de wettelijke verhoging, alsmede de wettelijke rente over het salaris en de wettelijk verhoging eveneens toegewezen. De verzochte verstrekking van een netto/bruto specificatie wordt gelet op het bepaalde in artikel 7:626 BW Pro eveneens toegewezen. De verzochte dwangsom wordt afgewezen nu gesteld noch gebleken is dat [verwerende partij 2] hieraan niet zal voldoen.
5.De beslissing
e-mailbericht van 27 november 2020 rechtsgeldig heeft opgezegd;